Tags

,

Het ziet er even naar uit dat die auto verkeerd rijdt, maar even later stopt hij op het fietspad en het raampje wordt opengedraaid. Uitlopend zie ik dat een vrouw me van top tot teen opneemt en zich vervolgens tot de chauffeur wendt. Ze zeggen iets tegen elkaar, er klinkt gelach en met een lachend gezicht kijkt de passagier naar mij op.

“Ik denk dat je de weg kwijt bent,” hijg ik, me vooroverbuigend.

“En niet zo’n klein beetje ook,” zegt de bestuurder van het voertuig. Ook een vrouw.

“We willen naar de Panneboeter.”

Het zweet loopt in straaltjes langs mijn gezicht. Terwijl ik nadenk veeg ik het weg.

“Even denken, de Panneboeter zegt me wel wat, maar waar is het ook al weer? Ik denk dat het in dat deel is“, wijzend naar de nieuwbouw een halve kilometer verderop.

“Nee, dat kan niet, het is geen nieuwbouw. Het zijn oude rijtjeshuizen.”

“Oude huizen?”, vraag ik me hardop af, “Zou het dan in het dorp zijn?”

“Nou oud,” zegt de bijrijdster, “jaren zestig. Iets ouder dan wij.”

Ja, lacht haar gezelschap bevestigend.

“O wacht eens, ik vermoed dat het in die wijk daarachter is, maar zeker weten doe ik het niet.”

“Daar hebben we niet veel aan, vriend. Trouwens, vat geen kou zo.”

“Ja, ik wil graag weer doorlopen. Maar als jullie hier omkeren, deze weg uitrijden, bij de 2e rotonde linksaf, dan de 2e rechts en weer de 2e rechts. In dat deel is het meen ik. Daar staat in ieder geval wel ergens een plattegrond. Check het daar even dan.”

“Zou je niet even mee kunnen rijden en de weg wijzen, asjeblieft? Wij zijn allebei dramatisch slecht in het onthouden van zulke aanwijzingen en ze dan ook nog eens correct opvolgen.”

“Joh, waarom verbaast me dat niet,” antwoord ik vrolijk, “maar oké, dat kan wel even.”

“Hartstikke lief van je.”

De vrouw op de passagiersstoel stapt uit en kruipt op de achterbank. Ik neem plaats naast de bestuurster en zeg: “Nou, rijden maar dan. Die kant op en voorlopig maar rechtdoor.”

“Loop je veel?” vraagt de vrouw achterin. “Ik ben Trudy trouwens en zij heet Sophie.”

“Daan, aangenaam, en ja, ik loop twee keer per week. Altijd dit rondje eigenlijk. Een half uurtje.”

“Heerlijk is dat hè, lekker ontspannend, al je zorgen vergetend en lekker uitzweten.”

“Inderdaad. Als ik soms een paar weken niet loop, is het zo geweldig om het weer te doen.

Bij die rotonde moet je driekwart rond,” wijs ik.

“Linksaf bedoel je?”

“Nee, op een rotonde mag je niet linksaf. Levensgevaarlijk. Maar als jij dat linksaf vindt, is het goed.”

En ja hoor, ook deze dame zet haar linker knipperlicht aan bij het oprijden van de rotonde. Ik besluit wijselijk mijn mond te houden.

“Maar wat zeiden jullie trouwens tegen elkaar, toen je net met je auto het fietspad blokkeerde? Jullie hadden zo’n lol en die blik in je ogen was niet ik zal de weg even vragen.”

Ze kijken elkaar aan en proesten het uit.

“Wij lopen ook. Soms samen, soms onafhankelijk van elkaar. Daarbij hebben wij zo ons eigen ritueel,” zegt Sophie, “met name na afloop.”

Ze kijkt in haar achteruitkijkspiegel naar Trudy en vraagt: “Vertellen we het hem?”

“Ja hoor, een passant, waarom niet.”

“Nou, let op, zo’n verhaal krijg je niet dagelijks te horen.” vervolgt ze. “Wij bewonen samen een etage met gezamenlijk keuken en badkamer. Na het hardlopen ging ik tot een poosje geleden altijd direct douchen. Trudy niet. Die ging altijd eerst een poosje zitten uitdampen. Die gewoonte ben ik over gaan nemen. Trudy zei me, dat het heerlijk is, om stil te zitten uithijgen en het zweet langs je lijf te voelen lopen op weg naar het laagste punt. Min of meer spontaan is de gewoonte ontstaan om elkaar te helpen bij het ontdoen van de doornatte, plakkende kleding. Om vervolgens zonder het gebruik van handdoeken het zweet bij de ander te verwijderen. Dat kan met handen, benen, voeten, armen, billen. Maakt niet uit eigenlijk. Als je dan weet dat ik ook mijn tong wel eens gebruik om Trudy’s zweet op te likken.”

“Ja,” vult Trudy aan, “Sophie vindt het lekker om mijn zweet af te likken. Ik zeg wel eens dat ze een zweet fetisjist is. Volgens haar heeft het niets met lust te maken. Nou, ook daar kan ik je wat over vertellen. Maar dat is te privé, dat hou ik maar voor me.”

Ik kijk opzij naar Sophie. Ze heeft een kleur op haar gezicht en in haar hals.

Opwinding of schaamte? , vraag ik me af.

“Maar waarom moest je net dan zo lachen?”

“Omdat Sophie, zodra ze stopte, zei ‘Zullen we hem eens droog maken?’ Dat zorgde er voor dat ik me bescheurde van het lachen.”

“Aha, jullie zagen een slachtoffer in mij. Zo meteen weer rechts.”

“Nou, nee hoor, wees niet benauwd, het was een geintje. We hebben zoiets nooit eerder uitgehaald.”

“Bovendien, ben je nu al te ver opgedroogd. Dat vinden we niet leuk meer. Het is alleen goed als er nog zweet van je lijf loopt. Dan kan je met bijvoorbeeld een vinger dat stroompje stoppen of omleiden. Of blazen, zodat er kippenvel ontstaat. Kun je het voorstellen?”

“Of met de tong een weg bereiden waar het zweet zich langs kan banen. Dat is ook leuk. Trudy wordt er volgens mij opgewonden van. In ieder geval krijgt ze vaak net als ik stijve tepels. Maar ze ontkent het altijd. Wat denk jij? Zou jij er opgewonden van raken?”

“Van het horen alleen al” antwoord ik, terwijl ik me realiseer dat Sophie een blik op mijn kruis werpt. “Jammer dat ik al te ver ben opgedroogd voor zo’n sessie. Het zou de effectiviteit van mijn trainingsprogramma zeker ten goede komen.”

“We kunnen wel afspreken dat als we je opnieuw tegenkomen tijdens het hardlopen, dat je bent uitgenodigd om onze gewoonte te delen? Lijkt je dat wat?”

“Sophie, ben jij gek of zo?” roept Trudy verschrikt van de achterbank.

Sophie lacht alleen maar. Ik kijk haar richting weer uit, de kleur is er nog steeds. Ze kijkt me aan en op dat moment zie ik een plattegrond in mijn gezichtsveld komen.

“Stop, een plattegrond.”

De Panneboeter is er inderdaad niet ver vandaan.

“Wat komen jullie eigenlijk doen hier?”

“O, een huis bekijken dat te koop staat.”

Twee minuten later vervolg ik, met een harde, lopend mijn weg.

 

@ anandana – 30 april 2007

Advertenties