“Die van mij had het wel geroken hoor,” sprak de vrouw voor me in de rij tegen de kassier bij de AH, terwijl het stel daarvoor met hun boodschappen en poesje ingepakt in een boodschappentas weglopen.

“Wat bedoelt u met: die van mij?” vroeg hij, terwijl ik het nog maar net dacht.

“Mijn poes,” zegt ze, “Míjn poes had het wel geroken hoor. Dus ook dit blikje Cesar. Mijn poesje ruikt echt alles.”

“Dat wil ik wel eens meemaken.”

“Loop maar mee dan, je zult je ogen niet geloven.”

“Hoe bedoelt u? Gaat u mij uw poes laten zien?”

“Ja, waarom niet. Het is per slot van rekening bijna Sinterklaas.”

“Sinterklaas? Ik zie het verband niet.”

“Denk je nu echt dat Sinterklaas zijn zak altijd door Zwarte Piet laat sjouwen? Hij draagt hem net zo lief zelf.”

“Ja, dus?”

“Ik ben ook een liefhebber. Kom mee…”

 

© Anandana – december 2011

Advertenties