Leipzig, een prachtige stad van tegenstellingen.
Prachtige barok, al dan niet in verval, enorme pleinen en kleine straatjes. Oude en nieuwe architectuur tegenover elkaar zoals de Opera en het Gewandhaus of verenigd als in het universiteitsgebouw.

Leipzig, de stad die muziek ademt van Bach, Mendelssohn en Schumann. Een levendige stad met gewone winkels zoals supermarkten en drogisterijen, maar ook veel bijzondere winkels. Bijvoorbeeld in de prachtige Speck’s Hof.

In een van de gangen die mij vanuit dit stijlvolle winkelcentrum weer terug moet brengen naar de druilerige straat, valt mijn blik via een spiegelruit op het beeld van een vrouwelijke winkelbediende, rechts van mij. Ik heb de tegenwoordigheid van geest om me niet abrupt om te draaien. Ik bekijk haar gespiegelde beeld. Dat doet niets af aan mijn waarneming.

Dit is klasse, een topvrouw. Dit is geen zaterdaghulp, maar een vakvrouw. Begin dertig, markante rechte rug, een welgemanierde glimlach, een smal en bleek, bijna wit gezicht, zwarte gebogen wenkbrauwen, helrood gestifte lippen, donkergrijze kokerrok en een mouwloze witte blouse. Het type zakenvrouw, zou je denken, en dat is ze ook, maar dan wel werkzaam in een schoenenzaak. Wat is er dan wat mij stil doet staan?

Dat zijn niet de blote armen in de hooggesloten blouse, de in kousen gestoken benen en de pumps in de kleur van haar lippen en ook niet de geschoren oksel die getoond wordt als zij iets voor een klant aanwijst.

Het zijn haar tepels, die, hoewel bedekt, zich onverwacht groot en donker presenteren. Dat belooft wat. Maar om nu daarvoor een paar damesschoenen van tegen de zevenhonderd euro te gaan kopen…

 

© Anandana – april 2012

Advertenties