Het was in Woerden. De koorleden kwamen uit een nevenruimte de kerkzaal binnen en groepeerden zich, in afwachting van het sein om het podium op te gaan, min of meer achter eeuwenoude pilaren verdekt, maar niet onzichtbaar. En daar zogen onze blikken zich aan elkaar. Zij liet het eerst los en liet haar blik afglijden naar mijn gezicht en schouders. Ik volgde, maar ik zag haar blauwe kijkers in haar zwarte pagekapsel, in haar sleutelbeenderen en in de door bandjes omgeven openingen in haar lingerie.

Dat ze Marlies Dekkers droeg, constateerde ik veel later na afloop van het concert, even voordat ik haar BH losmaakte om haar borsten in mijn handen te leggen. Ze veerden zacht en warm in mijn handpalmen en het beroeren van haar tepels was nauwelijks nodig om deze overeind te doen staan. Ze legde haar hoofd achterover en met haar handen zocht ze achter haar billen naar mijn kruis. Mijn rechterhand kopieerde haar zoekende gedrag.

“Zo snel heet was ik niet eerder,” lispelde ze in mijn oor met natte lippen.

Haar inmiddels toegankelijke vochtigheid opende en vouwde zich zuigend om mijn vingers. Haar zoekende handen bracht al snel een heerlijke hardheid voort die zij doelgericht in handen nam. Toen ze zich achterwaarts kromde in een vlug opkomend hoogtepunt, had ik niet veel stimulans meer nodig om mijn blanke zaad over haar billen en handen te verdelen.

Een week of vier later, waar ik zong en zij luisterde, verloren onze ogen zich in herinnering opnieuw in elkaar. Smeulend.

So long as we live, they too shall live,
For they are now a part of us, as we remember them.

 

© Anandana – oktober 2013

Advertisements