Tags

, ,

voyeur-fenetre-new-york-05

Het was niet de bedoeling, maar ik stond er en ik keek er naar en ja, ik werd er opgewonden van. Ben ik nu een ouwe viezerik? Had ik naar de overkant moeten gaan en via de huistelefoon moeten vragen of ze alstublieft wilden stoppen of de gordijnen wilden sluiten? Natuurlijk, ik had zelf de jaloezieën naar beneden kunnen doen, maar dan was de voorstelling nog steeds voor mijn medebewoners in het gebouw waarneembaar geweest. Hoe ver strekt mijn burgerplicht? Ik bleef kijken.

O – O – O – O

Dinsdagavond, een avond als alle andere. Bijna dan toch. Het heeft gesneeuwd en het licht van de lantaarns wordt versterkt door het witte reflecterende sneeuwdek. De vuistdikke laag sneeuw dempt de gebruikelijke geluiden van een stad in de avond. Het is stil. En rustig. Ook op straat. Uit de buik van ons flatgebouw verschijnt een man met twee honden. Hij loopt naar het midden van het grasveld, maakt de riemen los van hun halsband en gunt hen de vrijheid. De beesten dartelen heen en weer, verbijsterd of verheugd door de beweging van de opvliegende sneeuwvlokken die ze met hun poten en snuiten veroorzaken. Op het fietspad trapt een eenzame fietser zich met moeite een weg, een slingerend spoor achterlatend. De volle maan geeft kleur aan de wereld.

Mijn blik glijdt over de flat tegenover mij. Ik zie ook daar mensen voor het raam staan, kijkend naar het toch steeds weer wondere van een witte wereld. Een silhouet draait zich om en wijst naar buiten. Een tweede schim maakt zich los uit de achtergrond en gaat naast het eerste staan. Ook die schaduw strekt een arm uit en wijst in mijn richting. Wat zouden ze zien? Ze blijken twee vrouwen te zijn, merk ik even later op wanneer ze beiden in het volle licht van een andere kamer verschijnen. Voor even. Want plotseling is het donker in die kamer. Ik zie nog slechts aan de beweging voor het raam dat er twee mensen staan. Wat zouden ze toch zien?

O – O – O – O

“Zie je die man daar staan?”

“Bedoel je hun bovenbuurman?”

“Ja, precies. Die staat daar al een poosje naar buiten te kijken en het lijkt alsof hij ons in de gaten heeft. Maar hij heeft natuurlijk geen flauw idee wat wij zien.”

“Mooi is dat, ja. Kom, laten we naar hier naast gaan. Dan doen we het licht uit en kunnen ongestoord blijven kijken naar dat stel.”

“Goed plan, Eva.”

Ze lopen naar de slaapkamer, knippen even het licht aan om zich te kunnen oriënteren en zodra Hester bij het raam staat, knipt Eva het licht uit en loopt naar haar huisgenoot. Vanuit het donker kijken ze naar de overzijde. Hun blik gaat af en toe naar de man op de zevende, maar trekt toch vooral naar het appartement daar vlak onder. Met haar handen hoog tegen het raam staat daar een naakte vrouw. Achter haar, tussen haar gespreide benen beweegt een man. Details kunnen ze niet waarnemen, maar dat er geneukt wordt is wel duidelijk af te leiden aan de herhalende bewegingen van de twee.

“Misschien heeft zij ons ook wel gezien, net als haar bovenbuurman.”

“Zou kunnen, Eva, maar weten doe je het niet. En bovendien, kan het je wat schelen? Mij niet hoor.”

“Haar kennelijk ook niet, want anders zou ze toch wel stoppen en de gordijnen dicht doen? Denk je ook niet?”

“Stoppen? Ja, als ze dat nog wil en misschien staat ze met haar ogen dicht de stoten op te vangen.”

“Hester, zou het jou iets kunnen schelen of je gezien kan worden, als je gepassioneerd de liefde aan het bedrijven bent?”

Hester vermijdt een antwoord met de vraag of het pervers is om te kijken zoals zij doen.

“Welnee,” antwoordt Eva, “pervers zou zijn als kijken naar seks het enige is wat je doet qua seksualiteit, maar niet als je zoals nu, naar buiten staat te kijken. We zijn slechts toevallige toeschouwers. En we hebben zelf toch ook wel eens met de gordijnen open gevreeën?“

“Ja, maar toen we het ontdekten, hebben we ze wel eerst gesloten.”

“Om daarna des te heviger seks te hebben, weet je nog. God, wat was je gewillig toen.”

Eva legt een hand op de onderrug van haar vriendin en laat die strelend en knedend over haar kont zakken. Hester schurkt zich tegen haar geliefde aan en geniet van het lichamelijke contact.

“Ik geloof dat ik nu ook wel wil vrijen. Hier, in het donker, voor het raam.”

“Meen je dat?” vraagt Eva, die haar hand even stil houdt om zich bewust te worden van de sensatie die door haar lichaam trekt. De gewaarwording van hevig verlangen naar het samenzijn is telkens weer bijzonder voor haar. Ze draait Hester naar zich toe, vat haar gezicht en kijkt haar smachtend aan. Hester knikt ter bevestiging, heel langzaam maar duidelijk waarneembaar.

O – O – O – O

Waarom de situatie veranderde? Geen idee, maar ik zag wel het gevolg. Beide vrouwen stonden nu immers zijlings aan het raam, dicht tegen elkaar, armen om elkaar heen, gezichten tegen elkaar aan. Ze stonden elkaar te kussen, dat kon niet anders. En toen enige tijd later de kledingstukken tegen het raam vlogen, was er geen twijfel meer mogelijk. De dames hadden het op elkaar voorzien en haalden alles uit de kast om aan hun trekken te komen.

Ik voelde me onbespied maar het tafereel aan de overkant liet me niet onberoerd. Ik merkte dat mijn geslacht onder mijn kamerjas langzaam tot leven kwam. En, toen ik zag dat de dames een leeslampje aandeden bij het bed, begonnen zich beelden te vormen in mijn hoofd. Zij zal ongetwijfeld beter hebben willen zien, hoe de schoonheid van haar vriendin zich openvouwt onder haar tastende vingers. Wie weet tenslotte beter hoe dat moet, dan iemand van het eigen geslacht. Meer dan beelden nu, ook gedachten brachten mijn hoofd op hol. Zou ik opgewonden worden als ik door een man gestreeld werd? Dat de vrijende dames op bed bezig waren, was de enige zekerheid die ik had. Door de afstand ontgingen me de details van wat er gebeurde. Dat was maar goed ook. Stel je voor hoe zij konden zien, hoe ik mij zelf hard maakte en genoot van het verhaal dat zich in mijn hoofd vormde.

O – O – O – O

De volgende dag sta ik met mijn beneden buren in de lift. We begroeten elkaar en spreken over het winterse weer. Dat het zo’n heldere nacht was en de wereld zo wonderlijk mooi. Ik heb moeite om mijn aandacht bij het gesprek te houden, want ik vraag me af of zij staande voor het raam de liefde zouden bedrijven? Ik zou blijven kijken.

 

Bron foto.

 

Thewa

Advertenties